A summer’s walk

Buiten is het -5 graden, maar deze haiku zit al heel lang in mijn pen:

 

Shadows of swift chills

Streaming warmth at the edges

Beating heat beyond

Advertenties

Ouderwets

Een stevige vrouw zit met haar zoontje in de wachtkamer van de tandarts. Het jochie zit bij haar op schoot, ze leest hem voor.  In het boekje komt een vrouw thuis van haar werk, terwijl haar man net een paar dampende pannen op tafel zet en roept dat iedereen zijn handen moet gaan wassen.

“Wat een ouderwets boekje” zegt de wachtkamer-mama, met afkeuring in haar stem.

Ik kijk naar haar en probeer te ontdekken of ze bedoelt dat ze “emancipatie” als een soort kreet uit het verleden beschouwt, waarvan we de gekkigheid alweer ingezien hebben, zoiets als de flower-power tijd, of de Provo-beweging.

Of misschien staat er gewoon oubollig servies op tafel, of heeft ze zo’n ruimvallend mantelpak over de knie aan, die werk-mama.

Afwas

De jongen laat wat koud water stromen in het opvouwbare teiltje. Hij voelt met zijn wijsvinger. Precies goed. Zijn vader komt over het tentenveld aanlopen met een theedoek en gaat afwachtend naast hem staan, terwijl de jongen wat met zijn afwasborstel in het water roert.

“Ik vind het fijner als je aan de andere kant staat,” zegt hij dan.

“Hoezo, wat maakt dat nou uit?” vraagt de vader geërgerd.

“Ik ben autistisch,” zegt de jongen.

“Jij bent helemaal niet autistisch!” sist de vader, iets te hard.

De jongen buigt zijn hoofd iets dieper over de teil.

“Ik vind het gewoon fijner als je aan de andere kant staat.”

De vader zucht, en helpt de jongen de vuile vaat naar de andere kant te verplaatsen.

De jongen knikt. Zo is het goed.

Regen

Uit het raam kijken in je sportkleren. Naar de zeikende regen, ondanks de stellige beloftes van de Buienradar. Je niet kunnen voorstellen daarin te lopen. Plassen die in elkaar overstromen.

Het is stil op straat. Een paar honden met hun baasje. Die hebben geen keus natuurlijk.  Een regenjack dat nog minder waterdicht bleek dan je dacht. En de regen, die nog wat harder aanzet.

De lauwe, zware lucht in-en uitademen. Het bos dat overal trommelt en druipt. Pieken haar die dikke druppels lekken langs je wangen, ze schoonspoelen als bij een goede huilbui. De doffe dreunen van je hart die langzaam lichter, sneller, harder worden.

Je niet kunnen voorstellen dat je binnen was gebleven.

Grens

Het grensgebied tussen Hongarije en Kroatië. Een man tilt een in vodden gepakte baby door een gat in het prikkeldraad. Het maanlicht valt op haar wang, zacht en wit als haar moeder’s melk. De man aan de andere kant van het hek rekt zich uit om het bundeltje aan te nemen. Voorzichtig, om het meisje niet wakker te maken, bergt hij het onder zijn jas, en verdwijnt in de nacht. In de verte klinken schoten.

Ochtend

Hij verscheurt de brief en mikt hem geërgerd in de prullenbak. “Veel kandidaten,” met een “meer geschikt profiel,” en “veel succes.” Hij kan ze dromen.

De koffie van vanochtend is koud geworden, hij zet een nieuwe pot. Aan de keukentafel bladert hij door de ochtendbladen, reclamefolders en het receptenblaadje van de supermarkt. Boodschappen doen kan later ook nog wel. De klok tikt.